Ik vind het eigenlijk wat jammer dat ik al een maand lang niets heb geschreven. Ik zat intussen wat tussen de natuur, heb Thailand graag gehad en vervolgens uitgezwaaid, en ben daarna de boot opgesprongen richting Laos. Soit, december was een maand van reizen zonder vooruit te plannen.
Het was erg leuk om Google Maps op mijn gsm te openen en te kijken waar de hoogste bergtoppen zich in de buurt van Chiang Mai bevonden. Dat bracht me naar Chiang Dao, waar ik zowaar enkele dagen geadopteerd werd door mijn gastheer en zijn lieftallige vrouw. Of waar ik naartoe kon met de trein, want dat leek me ook nog een leuk avontuur. Zo leerde ik op weg naar Lampang een bijzonder aangenaam Filipijns koppel kennen dat me zo’n miljoenmiljard keer uitnodigden om naar hun thuisland te komen, waar ze een gezellige koffiebar uitbaten. Het is echt leuk om ‘soit’ te zeggen en gewoon wat minder te piekeren over morgen.
Het leuke aan Chiang Mai is eraan ontsnappen, want ook al zeggen mensen dat het ‘beter dan het Zuid-Thailand is’, naar Westerse normen blijft het een bijzonder chaotische stad. Dus, gans december reed ik de stad binnen en buiten – ik bezocht nationale parken, zag stuwdammen en ben naar de sterren gaan kijken bij de nationale volkssterrenwacht (de kindjes in het planetarium keken me wel wat raar aan). December was dus eigenlijk een maand waar ik echt een degelijk ritme vond, voornamelijk omdat het me niet echt interesseerde of ik de must-see’s van mijn reisgids had afgevinkt.
Ik heb dat al te vaak en veel gedaan. Vooruit plannen geeft en neemt gemoedsrust. Ik wil die drang naar controle hier wat meer laten voor wat het is. Misschien volg ik morgen een kookles, of sta ik tot zonsopgang Katy Perry te blèren in een Laotiaanse karaokebar. Kan allemaal.
Soit, het maakt eigenlijk niet uit. Zalig hé?

Plaats een reactie